Spiervezeltype beïnvloeden

Spieren zijn opgebouwd uit verschillende spiercellen, ook wel spiervezels genoemd. In het artikel “De werking van spieren A-Z: Deel III, spiervezel- en lichaamstypen..” ga ik uitgebreider in op deze verschillende vezels en hun functie. Voor nu beperk ik me tot de uitleg dat er langzaam werkende vezels zijn die over veel uithoudingsvermogen beschikken (type I) en spiervezels die sneller samentrekken en minder uithoudingsvermogen hebben (type II). Deze laatste kan je, simpel gezegd, onderverdelen in snelle vezels (IIA) en “supersnelle” vezels (IIB). Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat de verhouding tussen IIA en IIB vezels beïnvloed kan worden door o.a. training. Gewichtsheffers hebben daarom vaak meer type IIB omdat zij in één enkele explosieve beweging zoveel mogelijk kracht moeten genereren terwijl bodybuilders wat minder gewicht en meerdere herhalingen doen en daarom meer type IIA spiervezels hebben (iets minder snelheid/kracht, maar meer uithoudingsvermogen).

Als je als bokser gaat trainen als bodybuilder zodat je groot, gespierd en indrukwekkend de ring in kan stappen, kan dat ervoor zorgen dat je juist minder explosieve spiervezels krijgt en dus alleen maar meer showspieren hebt gekregen die je niet kunt gebruiken in de ring. Sterker nog, niets doen kan soms zelfs beter zijn dan de verkeerde trainingsmethode. De snelle explosieve spiervezels waar je als vechter zoveel mogelijk van wilt hebben, kosten verhoudingsgewijs weinig energie. Ze zijn dus efficiënt in verbruik en genieten daarom de voorkeur van het lichaam wanneer er geen behoefte is aan vezels die meer energie verbruiken. Ongetrainde mensen kunnen daarom meer supersnelle vezels hebben dan mensen die iedere dag in de sportschool zitten en traditionele weerstandstraining doen.

Door regelmatig explosief te trainen, krijgt het lichaam een grotere behoefte aan de supersnelle type IIB vezels waardoor deze in aantal kunnen stijgen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*